Makkelijker kunnen we het niet maken, wél leuker!

Na de zomervakantie, komt iedereen weer met frisse energie  terug op de werkplek. Veel enthousiaste begroetingen, collega’s met gezellige verhalen, met nieuwe ideeën, mensen die zin hebben om weer aan de slag te gaan. Maar soms ook juist mensen die geen zin hebben om weer aan de slag te gaan, of collega’s die in de vakantie momenten van herbezinning op het werk en leven hebben beleefd, soms met mooie verhalen, maar soms ook wat sombere of verdrietige.

Grappig om te zien dat zo’n zomerperiode kennelijk zo’n ijkmoment is en voor zoveel verschillende belevingen kan zorgen. Voor de één niets anders dan ‘uit de sleur’, ‘loskomen van het werk’, quality time met familie of vrienden, voor de ander juist een moment om tijd voor zichzelf te hebben, bij zichzelf te voelen en te ervaren wat energie geeft en wat belangrijk voor ze is.

Afgelopen week hoorde ik het mooie, enigszins filosofische, verhaal van een collega, die met de caravan op een Italiaanse camping had gestaan. Enerzijds genietend van de vakantie, de natuur, de mensen, anderzijds van een afstandje kijkend naar de campinggasten op het veldje als een kleine (tijdelijke) samenleving op zich. De mensen op het veldje waren divers, veelal Italiaans, soms kort aanwezig, soms langer, maar het gemeenschappelijke zat in het feit dat ze allemaal op dat veldje ‘woonden’. De collega was daar op dat moment als enige Nederlander, sprak geen Italiaans, en de andere gasten spraken geen Nederlands en vrijwel geen Engels. Dus gesproken taal was geen mogelijkheid om met elkaar te communiceren.

Iedereen leefde zijn eigen leven, bij zijn eigen tent of caravan, maar je hoorde ook bij een gemeenschap en je groette elkaar. Een ontmoeting, onderweg of bij de waterkraan, leidde vaak tot een praatje, door middel van gebaren, foto’s en met een beetje hulp van vertaling via de telefoons. Zonder de intentie van een langduriger contact of vriendschap, maar gewoon in het hier en nu, van mens tot mens. Na twee weken verliet de collega de camping voor de terugreis en toen bleek dat er een oprechte verbinding was ontstaan tussen deze campinggasten en werd het onverwacht een bijzonder en enigszins emotioneel afscheid.

Mooi vakantieverhaal natuurlijk, maar nog interessanter als je, zoals mijn collega, terugblikt op wat deze verbinding tot stand bracht en of, en hoe, je dit kunt vertalen naar een team van professionals. Een team waarin iedereen zijn eigen terrein heeft, waar hij ruimte, vrijheid en zeggenschap heeft. Maar binnen het gehele team een onderdeel vormt, waar je van mens tot mens, verbinding kunt hebben. De ingrediënten die op de camping de verbinding gaven, waren: oprechte belangstelling, nabijheid, gelijkwaardigheid, vrijheid en ruimte om je eigen ‘leven te leiden’ binnen het geheel. En misschien wel heel opvallend, het ontbreken van een gemeenschappelijke taal was geen barrière. Sterker nog, gesproken taal geeft risico op verschillende interpretatie en vormt daarmee soms juist de barrière.

Stel dat je deze ingrediënten hebt of kunt bevorderen in een team, dan zou dat de verbinding in een team vergroten. Maar is deze verbinding noodzakelijk voor een team? Kun je niet gewoon als professionals op professionele wijze samenwerken? Werk en privé gescheiden houden, dus ook de privé-verhalen en persoonlijke overwegingen en drijfveren? Ja, natuurlijk kan dat. Maar ik geloof dat meer verbinding van mens tot mens, leidt tot meer werkplezier en meer en beter resultaat.

Meer verbinding betekent elkaar beter kennen, begrijpen,  accepteren en respecteren. Meer verbinding en elkaar beter kennen betekent ook meer ruimte en openheid om elkaar feedback te geven. Niet om elkaar te bekritiseren, maar om samen het werk beter te doen. En meer verbinding geeft een gevoel van er bij horen, gezien en gewaardeerd te worden, en wie wil dat nou niet. Eén van de meest essentiële behoeften van ieder mens. En voor de wat zakelijker mensen onder ons, meer verbinding en alles wat dit oplevert, levert een bijdrage aan duurzame inzetbaarheid, meer en beter resultaat en minder ziekteverzuim.

Maar hoe komt het dan dat er in veel teams weinig sprake is van echte verbinding, of hooguit verbinding tussen een paar mensen, misschien groepsvorming? Ik denk dat we in dat opzicht  lering kunnen trekken uit het campingverhaal en moeten investeren in de ingrediënten die genoemd zijn.

Nabijheid, Gelijkwaardigheid, Vrijheid en ruimte om je eigen ‘leven te leiden’ binnen het geheel, Oprechte belangstelling, en last but not least, de Taalbarrière.

Klinkt simpel, maar niets is minder waar. Teamontwikkeling is hard werken, maar samen maaka je zo het team beter, maar vooral leuker! Makkelijker kunnen we het niet maken, maar wél leuker!